Dit lijkt misschien een stomme vraag, maar ik heb mezelf vaak deze vraag gesteld. Dat kleren textiele voorwerpen zijn die je aantrekt om niet te koud en te naakt te zijn, spreekt natuurijk voor zich. Daar gaat het me niet om. Het gaat me meer om de betekenis ervan.
In vroegere tijden was dure kleding speciaal voor rijke mensen. Niet gewoon omdat sommige kleding zo duur was vanwege de dure materialen bijvoorbeeld. Maar vooral omdat hier specifieke wetten voor waren. Als je als een arme luis dure kleding kocht of liet maken, van dure materialen, dan kon je een boete krijgen. Dit was bedoeld om een bepaalde sociale hiërarchie te handhaven. Je kleding liet zien hoe belangrijk je was. En het was niet de bedoeling dat je op de sociale ladder zou stijgen.
Als je heel erg rijk was, hoefde je niet te werken of veel te lopen. In de mode van vroeger zag je daarom vaak dat mode voor de allerrijksten de meest onhandige kleding was, waar je moeilijk mee liep of kon zitten. Het was een manier om rijkdom te tonen.Vooral in vrouwenkleding zie je dit terug. De kleding was zwaar of knelde je af of zat gewoon in de weg. Dat moet geen pretje geweest zijn om te dragen, maar het levert prachtige modecreaties op. Dingen die je tegenwoordig niet snel ziet. En met reden dus.
Tegenwoordig is mode veel democratischer. Kleding is goedkoper geworden en wordt makkelijker en sneller geproduceerd. Er is ook veel meer kleding tegenwoordig hierdoor. De nadruk ligt niet op status maar op individualiteit. Kleding moet vaak ook juist heel functioneel en draagbaar zijn. Hierdoor zijn er ontzettend veel stijlen in de mode tegenwoordig, al durven de meeste mensen toch niet een wat apartere stijl aan te doen. Als je draagt wat iedereen wel ongeveer draagt, val je minder op.
Ik herken het wel. Ik heb het grootste deel van mijn leven in saaie kleding rondgelopen. Ik was altijd wel geïnteresseerd in mode en wilde graag zelf kleding maken. Maar toen ik op de middelbare school een keer een rok over een broek aantrok (wat niet eens zo extreem excentriek is), werd ik de hele dag nageroepen: “Is het nu al carnaval?!?”. Dus heb ik weer snel mijn saaie onopvallende kloffie aangetrokken. Ik heb er jarenlang zo goed als niks mee gedaan, stortte me op de muziek. Dat zal wel mijn sterke kant zijn, dacht ik. Maar achter de gesloten voordeur begon ik toch kleding te maken en te borduren. Ik was vooral geïnteresseerd in niet alledaagse kledingstukken, zoals capes. Mode uit bijvoorbeeld de 19e eeuw blijft nog steeds mijn aandacht trekken. Het bevat zoveel mooie vormen en ideeën. Het heeft zoveel meer karakter dan het saaie vormeloze spul waar de winkels nu mee vol lijken te hangen. Maar kleding die zo afwijkt van deze moderne stijl, dat trok ik niet aan. Dat kon kennelijk alleen met carnaval (wat ik sowieso niet vierde). Totdat er eens iemand bij mij thuiskwam (één van de weinige keren dat er iemand langskwam), die de kleding zag hangen. Ze overtuigde me dat ik die kleding moest dragen in plaats van in de kast hangen. En zo begon ik sporadisch mijn eigen creaties te dragen. Toen ik door ziekte vaak van kledingmaat veranderde, was dat de laatste motivatie die ik nodig had. Ik begon precies de kleding te maken die bij mij paste, qua model en qua stijl. Dit werd mijn merk Simetra.
En toch zoek ik nog naar een betekenis van kleding anno nu. Want hoewel ik er nu geen moeite mee heb om mijn eigen kleding te dragen, merk ik nog steeds hele negatieve reacties van sommige mensen (ook hele positieve overigens, van anderen). Mensen kijken me raar aan of ze vinden dat ik niet als orthomoleculair therapeut kan werken in dit soort kleding. Dat zijn nogal vreemde reacties, maar het getuigt dus niet echt van democratie of een focus op individualiteit. Want juist als je je eigen unieke individualiteit volgt, word je daar (door sommigen) op afgekeurd. Tja, hoe moet ik dan kijken naar de betekenis van mode? Nog steeds lijkt de betekenis van kleding veel dieper te gaan. Wat is kleding nou precies?